De tijd is rijp

Bij Psalm 1:3

Mijn werkzame leven ziet er sinds het begin van dit jaar anders uit dan voorheen. Ik was onder andere gastvoorganger; in een tiental gemeentes in de buurt ging ik zo nu en dan voor. Ik deed dat met vreugde, maar de laatste tijd begon vorm te wringen. Alsof mijn toga te heet was gewassen en ik me er niet meer lekker in kon bewegen. Ik voelde me niet meer vrij. Dat lag natuurlijk niet aan de toga die gekrompen was; nee, ík was gegroeid. Mijn lijf liet het me weten door hoe ik me voelde als ik aan de diensten dacht: benauwd, beklemd. Ik liep al een tijd met die gevoelens rond en uiteindelijk kon ik ze vorig jaar in de nazomer echt toelaten en doorvoelen. Toen was het me op slag duidelijk: blijkbaar moet ik hiermee stoppen. En dat deed ik ook – per 1 januari, omdat ik de preekvoorzieners niet in de problemen wilde brengen. Ik schreef erover in mijn blog Snoeien: ik ben een wijnstok en sommige uitlopers moeten weggenomen worden, zodat de vruchten aan de andere uitlopers kunnen groeien en rijpen.

En, voelde ik me vrij, aan het begin van het nieuwe jaar? Was het maar waar! Ik had aanvankelijk veel last van stemmen, die me vertelden dat ik lui was en gemakzuchtig en dat ik me nuttig moest maken. (Daar ging de blog Heroriënteren over.) Ik voelde me eerder onvrijer dan vrijer! Toch gingen de stemmen na verloop van tijd stukje bij beetje liggen. Ik raakte gewend aan de nieuwe situatie en iets in mij verschoof, zodat ik mijzelf eerst deze nieuwe ruimte kon toestaan – en daarna gúnde ik het mezelf zelfs. Voor de calvinist in mij was dat een hele stap.

Er is een heel jaar verstreken sinds mijn besluit – vier seizoenen. De herfst: een tijd van vruchten laten vallen, loslaten, de sapstroom die zich terugtrekt. De winter: tijd van de stilte, rust en ondergrondse voorbereiding. De lente: de sapstroom komt weer op gang en alles loopt weer uit, wordt bevrucht en ontwikkelt zich. En de zomer: de vruchten groeien en rijpen.

Nu begint de herfst weer. En als ik terugkijk zie ik dat in de afgelopen maanden er inderdaad een dergelijk proces heeft plaatsgevonden. Er is een nieuwe uitloper aan mij gegroeid, uit dezelfde rank die ik altijd al was en nog steeds ben. Die uitloper is mooi en stevig. Aan deze uitloper is een vrucht gegroeid en gerijpt en ik oogst hem vandaag. De vrucht heet Droomconsult. In dezelfde ruimte waarin ik voorheen diensten voorbereidde, ontvang ik nu mensen die met een droom komen; ik help hen te ontdekken wat de droom te bieden heeft aan leiding en hulp voor hun leven.

Met verwondering en dankbaarheid kijk ik terug op het proces van het afgelopen jaar. En ik voel me als de boom uit Psalm 1. Staand aan een heldere beek, met mijn wortels goed diep in de aarde, waar ik van dat heerlijke water drink, direct uit de Bron. Ik heb geduld moeten opbrengen om het proces zich in zijn eigen tempo te laten ontwikkelen, om niet overhaast dingen te gaan ondernemen. Had ik dat gedaan, dan waren mijn vruchten niet voortgekomen uit de juiste bron. Nee, ik heb moeten afwachten wat er bevrucht ging worden, wat er wilde groeien en rijpen. En nu er vier seizoenen voorbij zijn en de tijd rijp is, draag ik vrucht.

Wil je meer blogberichten lezen? Ga naar Blog: Parelduiken in de bijbel