Waarom?

Bij Johannes 9:2-3

In het hospice waar ik werk hoor ik deze vraag nogal eens: ‘Waarom?’ Waarom overkomt mij dit? Waarom moet ik het lijden van mijn vader aanzien? Waarom kan er niets gedaan worden? Ik ben nooit ziek geweest en nu ineens ben ik uitbehandeld! Waarom?

Een begrijpelijke vraag. Een mens wil graag weten wat de oorzaak is van wat hem overkomt. Het enige antwoord dat op deze vraag bestaat, is dat er geen antwoord op deze vraag is. Voor heel veel wat ons overkomt, bestaat geen verklaring. Vanuit ons menselijke perspectief bekeken, is het leven vaak onoverzichtelijk en onlogisch.

Als ik deze vraag hoor, klinken op de achtergrond de leerlingen van Jezus mee. Onderweg komen ze iemand tegen die vanaf zijn geboorte blind is en de leerlingen vragen hun meester: ‘Hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ Waarom? Waarom is deze ene mens blind vanaf zijn geboorte en heel veel anderen niet? O, wat zouden wij dat graag weten! Wat zouden wij graag kunnen zeggen: dáárdoor overkomt het hem; er is een oorzaak aan te wijzen. Dat maakt onze wereld een stuk overzichtelijker en veiliger. Maar de vraag is onvruchtbaar. Je kunt beter precies de andere kant op kijken.

Jezus gaat de leerlingen voor. ‘Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet’, zegt hij. ‘Maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.’ Zo. De blikrichting van de leerlingen en de lezers is met één zin 180° gedraaid. De vraag is niet meer ‘Waarom is hem dit overkomen?’, maar ‘Waartóe is hem dit overkomen?’. En dat is een compleet andere vraag. Het perspectief is niet meer het verleden, maar de toekomst. Dit ene woord opent je ogen voor een compleet andere serie vragen. Niet meer: waaróm overkomt mij dit? Maar: waartóe overkomt mij dit? Wat kan ik hiervan leren? Hoe kan ik hierdoor groeien? Wat wil God van me nu mij dit is overkomen? Hoe kan dit me dichterbij God brengen?

Ik gun natuurlijk iedereen zijn waarom-vraag. Soms moet je daar gewoon doorheen. Het is een vorm van weerstand. ‘Ik wil er niet aan dat dit mij overkomt.’ Een menselijke reactie. Maar als je hierin blijft hangen, mis je een kans. Kijk vooruit en bedenk dit: If it doesn’t kill me, it makes me stronger.

If it doesn’t kill me … Nogal cru als je in het hospice bent opgenomen en de dood rammelt aan de poort. Toch zie ik het wel eens gebeuren, dat mensen deze draai maken. Dat ze de laatste stappen op hun levensweg zetten met de blikrichting naar voren. Dat ze, hoe weinig tijd ze menselijkerwijs gesproken nog hebben, tóch de waartoe-vraag blijven stellen. Toch open blijven staan voor dat wat op hun pad komt, het aanvaarden en erdoor groeien. Als je midden in het leven staat, zou je kunnen denken: waarom die moeite doen als je nog maar zo weinig tijd hebt? Wat maakt het nog uit? Maar sommige mensen leven niet vanuit de tijd, maar vanuit de eeuwigheid. En iedereen heeft die mogelijkheid, in welke levensfase dan ook.

Zaaigoed

Bij Marcus 4:26-29

Jezus vergelijkt het koninkrijk van God met een mens, die zaait. ‘Hij werpt zaad op de aarde. Hij slaapt, hij staat op; een nacht, een dag. Het zaad kiemt en groeit. En hóe – de mens weet het niet.’ Wij zijn die mens. Wij krijgen zaad in handen om uit te zaaien. Dat zaad is alles wat zich aandient in ons dagelijks leven. Alle vreugde, alle plezier, alle liefde. Alle lijden, alle pijn en alle verdriet. Alle levenservaringen.

Wat er met dat zaad gebeurt als wij het zaaien – wij hebben er geen idee van. Het proces dat zich voltrekt, speelt zich af in het verborgene. Wij werpen het zaad op de aarde en brengen het daarmee in een domein, in een dimensie, waar zich een wonder voltrekt. God gaat ermee aan de gang, zijn ongekende gang. Hij doet het zaad ontkiemen op zijn eigen tijd, groeien in zijn eigen tempo en uiteindelijk tot volle wasdom komen en vrucht dragen.

Als wij het zaad dat wij in handen krijgen krampachtig vasthouden, dan blijft het wat het is. Eenmalige vreugde, eenmalig verdriet. Maar het is zaaigoed. Het heeft potentie om tot groei te komen en vrucht te dragen. Als wij het vasthouden, blijft het op zichzelf. Als wij het loslaten en het in Gods handen leggen, dan kan Hij er wat mee aanvangen. Dan kan het zaad tot zijn bestemming komen, namelijk: ontkiemen, groeien en vrucht dragen.

Van ons leven begrijpen we vaak maar weinig. Waarom komen sommige mensen op je pad? Waarom zeg je dít? Waarom doe je dát? Waarom is er zoveel lijden – soms in één en hetzelfde mensenleven? Waarom stroomt de liefde soms overvloedig en staakt het stromen dan?

In het Rijk Gods gebeurt niets zomaar. Alles wat zich aan de oppervlakte van ons bestaan afspeelt biedt kansen, draagt een mogelijkheid in zich. In het verborgene, onttrokken aan ons blikveld, komt zo’n zaadje tot ontkiemen. Tot groei. Tot vrucht dragen. En op een gegeven moment, soms vrij snel, soms na jaren, soms pas terugkijkend op je leven als je weet of kunt vermoeden dat de dood niet meer lang op zich zal laten wachten – pas terugkijkend, zie je waartoe dat ene gediend heeft. Hoe die levenservaring je later in je leven geholpen heeft. Of dat je door wat je destijds leerde, een ander hebt kunnen helpen. Jarenlang heb je niet geweten waarom en waartoe. Jarenlang heb je in niet-weten rondgelopen. En ineens breekt het landschap open en krijg je zicht op dat grotere geheel, waarin die pijn, dat lijden, dat jij losgelaten hebt, dat jij gezaaid hebt in de aarde – waarin die pijn is opgenomen en in het verborgene getransformeerd, omgevormd. Ontkiemd, gegroeid en tot vrucht dragen gekomen.

Niet ík leef

Bij Galaten 2:20

Wie verlangt naar geestelijke groei heeft niet veel nodig – in ieder geval geen grote hoeveelheden tijd of geld. Het is niet nodig dat je elke dag uren besteedt aan meditatie en gebed. Of dat je dure cursussen doet bij gerenommeerde leraren. In elk leven, hoe druk het ook is, is gelegenheid genoeg te vinden om innerlijk te groeien. Want het gaat er niet om dat je veel meer ruimte in de tíjd maakt voor God, maar in je hart. Het gaat erom dat je zelf verdwijnt uit het centrum van je bestaan en daar ruimte maakt voor God. En dat kan elk moment van de dag, wat je ook aan het doen bent.

Natuurlijk is het wel handig als je elke dag bewust tijd kunt geven aan je innerlijk leven. Maar op zich is vijf minuten voldoende. Aannemende dat je de wil hebt om gedurende de dag, tijdens je drukke werkzaamheden, innerlijk terug te keren naar die vijf minuten en de dingen die je doet, te doen van dááruit. Zo spreiden die vijf minuten zich bij wijze van spreken over de hele dag uit.

Meditatie, de stilte zoeken, is een zeer geschikt middel om je hierbij te helpen. Gewoon gaan zitten, ogen dicht en je concentreren op je ademhaling. Alleen maar volgen, niets willen doen. Afgeleid? Jezelf met zachte hand terugbrengen naar je ademhaling. Wie dat geregeld en met aandacht doet, zal vroeg of laat een als je het zo opschrijft vreemde ervaring opdoen. Deze: niet ík adem, maar het ademt in mij. Alsof niet jíj je longen ruimer maakt om lucht naar binnen te halen, maar alsof een blaasbalg lucht in jou blaast, jou je adem geeft. Nogmaals: zo zwart op wit is het wat vervreemdend, maar in werkelijkheid is het bevrijdend. Niet ik adem, maar het ademt in mij! Ik verdwijn uit het centrum van mijn bestaan en maak ruimte voor God.

Paulus schreef het al. ‘Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.’ Dat is het doel van het geestelijk leven. Nee, ‘doel’ is het verkeerde woord. Alsof het iets is, waar wij naartoe zouden kunnen werken. Het is eerder zo dat we ontdekken wat al lang zo is, maar wat we uit alle macht tot nu toe hebben ontkend. De diepste werkelijkheid van ons bestaan ís dat Christus, dat God leeft in ons. Maar wij zitten zo graag zelf aan het stuurwiel en leiden zo graag ons eigen leven, dat we God naar de rand van ons bestaan hebben geduwd. Vooruit, op zondagochtend krijgt hij een uurtje. Maar met ons dagelijks leven heeft hij weinig te maken. Toch weten we diep van binnen dat het precies andersom is. En als je bij die ervaring komt – niet ik leef, maar Christus leeft in mij – wéét je dat dat je niet knecht, maar juist bevrijdt.

Uw wil geschiede (2)

Bij Matteüs 6:10

Een paar jaar geleden, toen ook mijn jongste kind naar school ging, veerde ik op. Ik kreeg weer meer tijd en ruimte in mijn leven. Inmiddels wist ik hoe kostbaar die tijd en ruimte zijn, want die had ik jaren daarvoor, toen de eerste geboren werd, in één klap moeten inleveren. Wat ging ik doen met die teruggekregen ruimte?

Een verlangen van diep van binnen kwam omhoog. God. Ik wilde de toegenomen tijd en ruimte aan God besteden. Een Godzoeker was ik altijd al geweest en nu kon het. Meditatie leek me een geschikte weg. En zo geschiedde. Het proeven van de stilte zette een heel proces in gang en uiteindelijk bracht me het hier. En nu ik hier ben, zie ik welke denkfout ik maakte in de tijd dat de kinderen nog vrolijk thuis rondhuppelden. Ik dacht: er is geen ruimte in mijn leven voor God. Daarvoor heb ik tijd en rust en stilte nodig. Maar voor een leven met God, in God, is geen extra ruimte in de tijd nodig, maar ruimte in je hart. Het gaat er, zo heb ik inmiddels geleerd, niet om dat we in ons leven minstens een uur per dag met God bezig zijn. Nee, het gaat erom dat we dat wat we doen of moeten doen vanúít God doen. Het gaat erom dat we in onze dagelijkse bezigheden, hoe groot of klein ze ook zijn, onze eigen wil aanbieden aan God en de dingen die we doen, doen vanuit het besef daartoe op dít moment door God zelf geroepen te zijn.

In mijn onervarenheid en hoogmoed misschien ook wel, dacht ik: ik moet meer tijd aan God besteden. Maar in die gedachtegang zit ik nog steeds zelf aan de knoppen van mijn leven. Terwijl een echt geestelijk leven een innerlijke houding is die alle ruimte geeft aan God om jou te leiden. Om door jou heen te werken. Het gaat erom dat ik verdwijn uit het centrum van mijn bestaan en daar ruimte maak voor God. En daarvoor is geen extra tijd en ruimte nodig. Dat kan óók wanneer er thuis kleine kinderen rondlopen die tijd en aandacht opeisen. Of wanneer je een veeleisende baan hebt of een druk sociaal leven.

Het is die ene bede van het Onze Vader in optima forma: Uw wil geschiede. Niet doordat ik in tijdsbesteding leef als een monnik. Maar doordat mijn hart zich laat leiden door God – en niet door mijzelf.