Dansen met God

Bij 2 Korintiërs 13:13

Aanstaande zondag is het zondag Trinitatis. De zondag van de Drie-eenheid. Een dogma uit een van de eerste eeuwen: God is Vader, Zoon en heilige Geest. Drie personen, één God – een hele mond vol en een heel hoofd vol. Hoe krijg je dat bij elkaar gedacht? Ik heb er nogal moeite mee.

De middeleeuwse mysticus Meester Eckhart noemt de Drie-eenheid het naar ons toegewende gezicht van God. Lees die zin gerust nog een keer. Zo wil God zich aan ons laten zien – als Drie-eenheid. Of, misschien beter: dat is wat wij mensen van God kúnnen zien, wat binnen ons vermogen ligt. Maar zoals je een mens niet volledig kent als je alleen zijn of haar gezicht kunt zien, zo kun je niet zien wie of wat God ten diepste is als je bij het gezicht blijft hangen. Dat heet: je blindstaren op de buitenkant.

Maar hoe dring je dieper door richting het wezen van God als je alleen het aangezicht kunt zien? Door zo goed mogelijk te kijken. Stel je maar voor: één persoon alleen. De Vader. Daar staat hij, ik zou bijna schrijven: moederziel alleen. Nou ja, hij redt het best in zijn eentje, maar er gebeurt maar weinig. Hij staat daar en staart naar een punt in de verte.

We zetten de Zoon erbij. Nu zijn er twee. En ja, nu gebeurt er wat. Ze zijn op elkaar gericht. Er is verbinding, liefde. Er stroomt van alles tussen die twee. Ze stappen op elkaar af en een omhelzing volgt. Maar het blijft tussen hen beiden; het is een een-tweetje waar we naar kijken.

Nu brengen we, terwijl die twee in innige omhelzing staan, de heilige Geest in de buurt. Een derde. Nu wordt het spannend. Wat gaat er gebeuren? De Geest loopt voorzichtig om die twee heen, die twee die nog steeds op elkaar gericht zijn. Aftastend. Zoekend. En dan uitdagend. Hij tikt op een schouder, port in een zij. Lacht en brengt die andere twee aan het lachen. De twee maken zich aan een kant los uit hun omhelzing en nemen de Geest in hun omhelzing op. De sfeer blijft licht en luchtig. Er wordt gegrinnikt, geplaagd en gelachen. Er gebeurt van alles. Er is beweging. Dans!

Maar wat heeft dat met mij te maken? Ik sta er nog steeds alleen maar als buitenstaander naar te kijken. Weet je wat, ik loop ernaartoe. Eens kijken wat er gebeurt. Als ik dichterbij kom, word ik direct opgemerkt. Eentje kijkt mij aan en als de anderen dat zien, volgen ze zijn blik en kijken mij ook aan. Een lach op hun gezicht, een uitnodigende blik. De omhelzing wordt geopend en ik mag erbij. Ik word uitgenodigd om mij te voegen in die omhelzing, in die beweging, in die dans. Durf ik?

Geloof gaat niet om het onderschrijven van bepaalde denkbeelden, het aannemen van ideeën die in de zoveelste eeuw bedacht zijn. Het gaat er niet om of je de juiste club gekozen hebt om bij te horen. Het gaat erom dat je je laat verleiden door God. Dat je je in beweging laat brengen. Geloof stelt jou een vraag: wil je en durf je méé te bewegen met God? Herken je de dans van de Drie-eenheid, die stroom van de eeuwigheid, die dans waartoe iedereen is uitgenodigd? En neem je die uitnodiging aan? Dans je mee?

Met heel je kracht

Bij Marcus 12:30

Even was het Hemelvaart. Ik gaf een lezing over Meester Eckhart. Ik vertelde dat Eckhart God de oergrond van ons bestaan noemt. De grond waaruit ons bestaan en al het bestaan voortkomt. En omdat beeld een andere toegang geeft tot dezelfde inhoud, tekende ik het ook. Ik gaf op een flipover de werkelijkheid schematisch weer; in lagen. De onderste laag: de oergrond waaruit alles voortspruit. De bovenste: de laag van de zintuiglijke ervaring, van ons lichaam, van ons dagelijks leven. En daartussen, van boven naar beneden, de lagen van het verstand, het hart en de ziel.

Aan het einde deden we een rondje. Wat neem je mee naar huis? Een deelneemster vertelde dat het schema haar hielp om geaard te blijven. ‘Ik ben geneigd om als ik over spirituele zaken nadenk, te gaan zweven’, zei ze. Ze keek naar boven en ik zag haar aandacht als het ware in de hemel verdwijnen. En ik voelde hoe gemakkelijk ik me liet meevoeren. Even was het Hemelvaart.

Inderdaad, het is een gevaar dat aan het ontwikkelen van een geestelijk leven kleeft. Dat het een vlucht is. Dat het losraakt van je hele concrete dagelijkse bestaan, hier en nu. En dat je spiritualiteit los raakt van je dagelijks leven. Alsof het een apart gebied is, dat niets met de werkelijkheid van je bestaan te maken heeft. Maar de grote mystici benadrukken nou juist (en ze leven het ook voor) dat spiritualiteit ín het dagelijks leven te vinden is. In de diepte van je hele gewone dagelijkse dingen. Meester Eckhart noemt dat ‘doorbreken’. Het laag voor laag afpellen van een heel concrete ervaring, zodat je steeds verder de diepte ervan kunt peilen. En uiteindelijk vind je in of onder alles de oergrond, God zelf.

Juist op die paar vierkante centimeter aarde waarop je loopt, juist in je hele gewone dagelijkse leven, je werkzaamheden, je huishoudelijke klussen, het praatje met de buurvrouw, juist in datgene wat jou overkomt, of het nu vreugde is of lijden – juist daarin is God te vinden. In het helemaal doorleven van dat wat op jouw weg komt. Niet ervoor wegvluchten, maar helemaal in het hier en nu zijn – daarin kun je de diepte van het bestaan peilen.

Heb God lief, zegt Jezus als hem gevraagd wordt alle geboden even samen te vatten. Heb God lief en doe dat met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand én heel je kracht. Alle vier de lagen van je bestaan doen mee. Móeten meedoen. Jezus vraagt je niet om je dagelijks leven te negeren, het onbelangrijk te vinden of wat dan ook. Nee, het hoort er helemaal bij, met alles wat het met zich meebrengt. Je lichaam, je zintuigen, tijd en ruimte, de natuur met haar seizoenen, het voortdurend veranderende leven om je heen. Je saaie bezigheden, je opwindende avonturen. Alles wat op het fysiek waarneembare niveau plaatsvindt, heb daarmee God lief. Ervaar het helemaal en laat het voor jou toegang zijn tot het goddelijke, tot de oergrond.

Je kruis dragen

Bij Lukas 14:27

Paasviering op de basisschool van mijn zoon. Samen met nog een moeder en een leerkracht verzorg ik de muzikale ondersteuning. Er zit een lied bij dat nogal blijft hangen. Pasen is al lang en breed achter de rug, maar als ik de afwas sta te doen neurie ik het nog. Dan val ik ineens stil. Wát zongen de kinderen daar nou eigenlijk? ‘Dat u het kruis voor ons droeg …’ Ja, dat was het. Mijn hersenen werken op volle toeren. Klassieke verzoeningsleer, Jezus stierf aan het kruis omwille van ons, zijn bloed reinigt ons van onze zonden – het vraagt wel heel veel uitleg en herdefiniëring om daar iets mee te kunnen. Voorlopig ervaar ik vooral een kloof tussen wat er gezongen werd en hoe ik het zelf beleef.

Hij droeg niet het kruis voor óns – nee, hij droeg het voor ons uít. Om ons te laten zien dat er een weg is, dwars door de dood, dwars door het lijden heen. Dat de weg is: sterven opdat je tot leven komt.

Hij droeg niet het kruis om het voor ons ‘in orde’ te maken – nee, hij wees ons de route. Niet erlangs, niet erover, maar er dwars doorheen.

Hij droeg niet het kruis opdat er iets tussen God en ons zou veranderen – nee, hij droeg het kruis opdat wíj zouden veranderen.

Hij droeg niet het kruis omdat onze zonde te groot is om zelf te dragen – nee, hij droeg het kruis om ons aan te moedigen ons eigen kruis op ons te nemen en het zelf te dragen. Ter bemoediging.

Hij droeg niet het kruis voor ons – nee, hij droeg zijn kruis opdat wij óns kruis dragen. Niemand anders kan dat voor jou doen. Je moet er zelf doorheen. Jezus liet zien: er ís een weg doorheen. Het lijkt als je ervoor staat misschien alsof je sterft en in zekere zin is dat ook zo, maar door dat sterven heen betreed je een nieuw leven.

‘Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn.’ Hoe duidelijk wil je het hebben? Ik gun iedereen de rust van de gedachte dat iemand ooit, ergens, lang geleden, geboet heeft voor jouw persoonlijke zonden. Maar ik ervaar deze constructie niet als heilzaam, als mij heler makend. Wat mij heel maakt is júíst tegen mijn donkere kanten aanlopen en ze onder ogen zien. Ze aanvaarden als mijn zwakke punten. Omdat ze me helpen te erkennen dat ik net zo menselijk ben als ieder ander. Dáár word ik een heler mens van. Alles mag er zijn. Dát geeft rust. En hoe meer donkere kanten van mezelf ik ben tegengekomen en heb aanvaard, hoe milder ik kan zijn tegenover anderen.

Hij droeg niet het kruis om Gods gedachten over ons te veranderen – nee, hij droeg het kruis opdat wij onze gedachten over onszelf zouden veranderen.

Het dal weer in

Bij Lukas 9:37

Jezus en drie van zijn leerlingen hebben boven op een berg een godservaring. Mozes en Elia verschijnen en Jezus verandert voor het oog van zijn leerlingen van gedaante. Blinkend wit worden zijn kleren en zijn gezicht straalt. Petrus wil de ervaring vasthouden. ‘Laten we drie tenten bouwen.’ Maar het gebeuren loopt als zand tussen zijn vingers door.

Wie ooit iets geproefd heeft van God, van het Zijn zelf, van de diepere dimensies van ons bestaan, die zal het herkennen. Ach, kon het maar zo blijven, deze vrede, deze volledige rust, dit licht, deze kalmte. De ervaring is zo zoet en je voelt je zo liefdevol, zo compleet. Het licht van de ervaring geeft je hele bestaan, hét hele bestaan, zo’n prachtige glans. Vanzelf dat je dit wilt vasthouden. ‘Laten we drie tenten bouwen.’

Dat vasthouden kent ook andere vormen. Je keert terug naar de plek waar het gebeurde, je draait dezelfde muziek, je zoekt dezelfde persoon op. Maar je zult zien: dat werkt allemaal niet. De ervaring werd je tóen gegeven. Het was een geschenk voor dat ene moment.

De mystici hameren er voortdurend op. Je moet niet in de godservaring willen blijven hangen, maar hup, het leven weer in. Om het in de landschappelijke taal van Lukas te zeggen: je kunt niet op de berg blijven, je moet weer afdalen. Je moet het dal weer in. Het dal, waar zich het gewone dagelijkse bestaan afspeelt met zijn gedoe, zijn ditjes en datjes. En midden in dat hele gewone leven, kan die ervaring vruchtbaar worden – maar alleen als je haar niet wilt vasthouden.

De zestiende-eeuwse Spaanse mysticus Johannes van het Kruis spoort ons aan de zintuiglijke laag volledig van de ervaring af te pellen, zodat alleen de geestelijke inhoud overblijft. Als je alleen maar voor ogen houdt wat je ‘gezien’ hebt (of gehoord, gevoeld, geroken of geproefd) en daarnaar terugverlangt, dan staar je je nog altijd blind op de buitenkant van wat je medegedeeld is. Maar daar is de ervaring je niet voor gegeven. Er wordt jou iets aangereikt vanuit een diepe dimensie. Die inhoud heeft een zintuiglijke schors, maar dat is slechts de verpakking. Ontdoe de ervaring van die verpakking en kijk wat erin verborgen zit, wat de kern ervan is.

De ervaring is je gegeven opdat die jou stap voor stap transformeert. Je hebt iets ervaren van het wezen van het bestaan zelf. Van de kern van jouw bestaan, van het bestaan van ieder mens. Die ervaring kan jou van binnenuit omvormen – van binnenuit naar buiten toe. In het diepste van jezelf heb je iets waargenomen en dat zet op alle lagen van je bestaan verandering in gang. Je hebt iets gezien van het wezen van alles en dat kan niet anders dan je hele bestaan doordesemen, doorstralen.

De ervaring was een geschenk voor dat ene moment. Wie de ervaring-als-ervaring kan loslaten, die maakt ruimte voor het wezen van de ervaring om zich te verankeren in de rotsbodem van je bestaan. Juist zo kun je de ervaring meenemen je dagelijkse leven in en haar daar vruchtbaar laten zijn. Kun je ervan uitdelen zonder dat ze daarvan minder wordt.