Als een kind op de arm van zijn moeder

Bij Psalm 131

Psalm 131 is ieniemienie. Drie verzen kort. Maar van een schóónheid! ‘Ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.’

Je ziel als een kind van anderhalf, hooguit twee jaar oud. Nieuwsgierig naar alles. Bestuderend, onderzoekend, experimenterend. Een kind dat eropuit gaat, op ontdekkingsreis door de wereld. Maar o wee, soms is die wereld wel een beetje groot. Al die indrukken, al die ontdekkingen. En wat doet een kind dan? Het zoekt geborgenheid bij papa of mama. Even op de arm, even op schoot. Even in de veiligheid en de vertrouwdheid.

Het je kunnen wentelen in geborgenheid is noodzakelijk in het leven van een kind. In die armen van moeder, waar liefde te vinden is en geborgenheid, troost en veiligheid – in die armen vindt een kind rust. En het mooie is, een kind voelt haarfijn aan wanneer het weer ‘opgeladen’ is. Het klimt er vanzelf ook weer uit. Op zoek naar nieuwe ervaringen. Maar die rust, die is nodig. Een wezenlijke stap in het proces van groei.

Dat groeiproces stopt nooit. Het leven biedt telkens nieuwe ervaringen om van te leren, om aan te groeien. Kansen om jezelf te ontwikkelen. De wereld wordt steeds een stapje groter, ook als je volwassen bent. Volgroeid ben je nooit.

Maar hoe zit dat met jouw ziel? Dat kind van anderhalf, hooguit twee jaar oud? Kun je die aan het eind van een dag vol indrukken op je arm nemen en veiligheid bieden? Troost, vertrouwdheid, geborgenheid? Rust?

Gun het jezelf. Neem je ziel op je arm, zoals je dat zou doen bij een kind van twee. Bekijk haar met milde ogen, zie hoe vol ze is van alles en hoe ze jouw geborgenheid nodig heeft. Laat haar helemaal tot rust komen. Word stil.

Wil je meer blogberichten lezen? Ga naar Blog: Parelduiken in de bijbel